Zoeken

Donderdagmorgen heeft staatssecretaris Blokhuis zich via een conference call laten bijpraten over de praktijk van de crisishulpverlening in Nederland. Welke structuren zijn er in de praktijk ingericht als iemand in een psychiatrische crisis terecht komt, en welke hulp staat dan klaar?

In een gesprek met verpleegkundigen, psychiaters en bestuurders van Emergis en GGZ Friesland en Jacobine Geel van de Nederlandse ggz werd een beeld geschetst van de dagelijkse praktijk op een crisisdienst en de dilemma’s die dat met zich meebrengt. Het algemene beeld dat een crisisdienst snel grijpt naar het middel van een opname werd genuanceerd: Er is een veelheid van behandel- en ondersteuningsvormen beschikbaar, waarbij iedere keer bekeken moet worden hoe acuut die zorg moet worden ingezet. Dat is altijd een lastig vraagstuk. Veel van de crisis-gerelateerde klachten hebben vaak een psychosociale achtergrond, huisartsen spelen een belangrijke rol bij de eerste beoordeling.

Ook werd inzicht gegeven in de bereikbaarheid van crisisdiensten: Die is goed, maar zeker in een uitgestrekte regio als Zeeland kunnen bereikbaarheidsissues spelen, zeker als er veel meldingen tegelijkertijd komen. De fysieke afstanden die moeten worden afgelegd kunnen voor problemen zorgen om snel iemand te zien, daar reageert niet iedereen begripvol op.

In een navolgend gesprek met bestuurders Ton Dhondt van GGZ Friesland en Gerco Blok van Emergis werd dieper ingegaan op de invoering van de generieke module acute psychiatrie. Er wordt gestreefd naar een uniforme inrichting van de crisisdiensten, dat proces loopt volop: daarbij is ook een beweging te zien naar verdere integratie van de crisiszorg met andere hulpdisciplines. Die zal nodig zijn om in de toekomst een goede en betaalbare crisisdienst mogelijk te maken.