Zoeken

Vandaag debatteerde de Tweede Kamer met staatssecretaris Blokhuis in een algemeen overleg over de ggz. In het debat kondigde Blokhuis drie initiatieven aan die knelpunten in de ggz moeten oplossen. Een Kamerbrief over de initiatieven is er nog niet, die volgt binnen enkele weken.

Beschikbaarheidsfinanciering voor bepaalde diagnosegroepen

Vrijwel alle fracties besteedden aandacht aan de situatie van Charlotte Bouwman, één van de initiatiefnemers van Lijm de Zorg. Kamerleden vroegen om regie van de staatssecretaris om de veel te lange wachttijden voor hoogcomplexe zorg aan te pakken.

Blokhuis kondigde aan dat zorgverzekeraars en aanbieders binnen vier weken een plan gereed moeten hebben hoe er een minimumaanbod kan worden gecreëerd voor hoogcomplexe zorg. De staatssecretaris wil daarmee de wachttijden voor vijf of zes hoofddiagnosegroepen terugbrengen naar de treeknormen. Blokhuis gaf alleen aan dát er straks een minimumaanbod beschikbaar moet zijn, niet hóe dat aanbod gerealiseerd moet worden. Als daarvoor een ‘financieel arrangement’ noodzakelijk is, is de staatssecretaris bereid mee te denken.

De staatssecretaris constateerde in het debat dat er sprake is van marktfalen voor deze specialistische ggz. Blokhuis zei dat hoogcomplexe zorg op dit moment niet aantrekkelijk is ‘voor de bedrijfsvoering’. Net zoals voor de acute ggz heeft de staatssecretaris voor de kritische hoofddiagnosegroepen beschikbaarheidsfinanciering voor ogen.

Protocol bij sluiting van specifiek aanbod

De staatssecretaris wil daarnaast niet meer via de media verrast worden als specifiek aanbod wordt gestaakt. Naar analogie van de somatische zorg wil Blokhuis een protocol dat de betrokken spelers dwingt om bij het staken van bepaald aanbod een plan te maken om de continuïteit van zorg te waarborgen. Dit voorjaar informeert hij de Tweede Kamer over dit voornemen.

Visie zorglandschap ggz

Het derde initiatief van de staatssecretaris is een visie op het zorglandschap van de ggz. Hij wil in samenspraak met veldpartijen een visie neerleggen hoe het ggz-landschap er in de nabije toekomst uit zou moeten zien. In het najaar moet de visie gereed zijn. Vóór de zomer stuurt Blokhuis de contouren van de visie naar de Tweede Kamer. GGZ Nederland verwelkomt het initiatief en denkt met concrete ideeën graag mee hoe het stelsel, waarvan duidelijk zichtbaar is dat het op een aantal punten is vastgelopen, kan worden vlot getrokken.

Structurele verhoging aantal opleidingsplaatsen

Wim-Jan Renkema (GroenLinks) vroeg de staatssecretaris om de incidentele uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen voor gz-psychologen structureel te maken. Blokhuis toonde bereidwilligheid daarover na te denken. De staatssecretaris zei de brede wens van de Tweede Kamer voor meer opleidingsplaatsen goed op het netvlies te hebben. De minister gaat met de betrokken partijen, zoals het Capaciteitsorgaan, in overleg om te bezien wat structureel nodig is.

Opschaling van ontregelexperimenten

Aandacht was er ook voor het experiment ‘Arkin Ontregelt’. Meerdere Kamerleden drongen aan op het sneller opschalen van succesvolle experimenten. Blokhuis zei te schrikken van het signaal dat Kelly Regterschot (VVD) hem meegaf dat de bij Arkin Ontregelt betrokken verzekeraar vooralsnog niet denkt aan brede opschaling van het experiment. Volgens Blokhuis laat het experiment juist zien wat de weg voorwaarts moet zijn in de ggz: minder regels, meer vertrouwen.

Voortgang inkoop acute ggz

Joba van den Berg (CDA) vroeg de staatssecretaris naar de contractering van acute ggz. In antwoord daarop gaf Blokhuis aan dat voor alle 28 regio’s is ingediend. Volgens de staatssecretaris betekent de inkoop een impuls voor de acute ggz door meer budget. Na vervolgvragen kondigde hij aan in maart een brief te zullen sturen met een nauwkeurigere stand van zaken van de inkoop acute ggz. GGZ Nederland wijst erop dat in 9 van de 28 regio’s eenzijdig is ingediend: ggz-aanbieder en zorgverzekeraar bereikten in die regio’s geen overeenstemming.

Discussie over doorzettingsmacht

Veel discussie was er over het begrip doorzettingsmacht, zowel op landelijk als regionaal niveau. Daarover is een motie in de maak, die op donderdag 30 januari zal worden ingediend bij een kort plenair vervolg op het debat. Over deze en andere bij het vervolgdebat in te dienen moties zullen de Kamerleden op dinsdag 4 februari stemmen.