Ruth Peetoom


Hoe kunnen we de geestelijke gezondheidszorg verbeteren en waarom is daarvoor meer nodig is dan alleen aanpassingen binnen de sector zelf? In dit artikel gaat Ruth Peetoom, voorzitter van de Nederlandse ggz, in op deze vraag.
Aan de hand van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) pleit zij voor politieke keuzes, investeringen in mentale gezondheid en een fundamentele herziening van het zorgstelsel. Want wie de ggz toekomstbestendig wil maken, moet volgens haar ook durven kijken naar de manier waarop zorg, ondersteuning en beleid zijn georganiseerd.

Met al het nieuws, alle opvattingen en oordelen over de ggz zou je het bijna vergeten: een mentale aandoening hebben is heel gewoon. 3,3 miljoen Nederlanders hebben het en van hen worden ruim anderhalf miljoen mensen behandeld in de ggz – kinderen en jongeren niet meegerekend.
In verreweg de meeste gevallen gaat dat goed. Maar te vaak ook niet. Mensen wachten te lang, verdwijnen tussen systemen of krijgen niet de hulp die zij nodig hebben. Die signalen mogen we niet wegduwen. Ze vragen om luisteren, leren en handelen.
Nee, de ggz is niet perfect. Wel onmisbaar, zeker voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. Iedere dag krijgen mensen hulp die hun leven draaglijker, veiliger of betekenisvoller maakt. Ook die werkelijkheid verdient een plaats in het publieke debat.
Tegelijkertijd zien we dat de manier waarop ondersteuning en zorg zijn georganiseerd, steeds vaker knelt. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) concludeerde vorig jaar dat het huidige stelsel niet houdbaar is. De onderzoekers van de verschillende ministeries waren helder: niets doen is geen optie. Wie de ggz wil verbeteren moet ook het stelsel durven veranderen.
Er zijn grote problemen in onze samenleving. Een woningtekort, gesol met arbeidsmigranten, een verstopte asielketen, druk op jongeren en nog veel meer. Dat dat zich uit in mentale problemen is niet gek. De ggz voelt zich – met de gemeenten, met de politie en anderen –soms het afvoerputje van de ellende die elders ontstaat. Maar meer ggz is niet altijd de oplossing. Vingerwijzen ook niet. Samenwerken wel. En de erkenning dat aanpak van de problemen breed moet zijn. Met goede zorg, maar met veel meer. Juist met waardering voor ieders inzet en professionaliteit.
Achter alle beelden en berichten staan tienduizenden professionals die zich dagelijks inzetten voor mensen met psychische problemen. Zij verdienen niet alleen waardering, maar ook een stelsel dat hen in staat stelt hun werk goed te doen. En de anderhalf miljoen mensen die jaarlijks behoefte hebben aan mentale zorg of ondersteuning verdienen dat ze een passend antwoord krijgen.
Dat antwoord is niet altijd ggz-zorg. Veel mentale problemen worden veroorzaakt of verergerd door maatschappelijke omstandigheden. Mensen komen vaak in de ggz terecht omdat er geen andere plek meer is waar ze terecht kunnen. Maar schulden, dakloosheid, relatieproblemen of conflicten op het werk los je niet op met een psychiater of een psycholoog alleen.
Daarom werken steeds meer organisaties samen in netwerken. Het idee van netwerkzorg, dat het GEM van Jim van Os en geestverwanten al een poos in de praktijk brengt, is steeds meer praktijk in de ggz. Zo blijft specialistische ggz beschikbaar voor mensen die deze echt nodig hebben, terwijl anderen sneller passende hulp kunnen krijgen.
Dit najaar komt het kabinet met een reactie op het IBO-onderzoek. Het wordt tijd. Het rapport ligt er al een jaar.
De analyse is grondig en de urgentie groot. De maatschappelijke kosten van psychische problematiek lopen op tot vele miljarden euro’s per jaar. Investeren in mentale gezondheid is daarom niet alleen maatschappelijk noodzakelijk, maar ook economisch verstandig – en, voor wie dat het meest overtuigend is, zeer rendabel.
Een analyse van deze omvang vraagt om meer dan instemming met de probleemomschrijving. Zij vraagt om politieke keuzes, financiële keuzes en een uitvoerbare agenda. Het kabinet hoeft niet morgen het volledige stelsel te ontwerpen. Maar het moet nu al wel aangeven wat het overneemt van het IBO, wat het aanpast en welke prioriteiten het stelt
Juist de complexe ggz laat zien dat niet alles vanzelf beter wordt door concurrentie en marktprikkels. Voor mensen met ernstige psychische aandoeningen moeten continuïteit, samenwerking en beschikbaarheid van zorg voorop staan. Gezondheidseconomen als Marco Varkevisser, Xander Koolman en Patrick Jeurissen hebben de noodzaak al vaak aangegeven. Ook Michel van Schaik, voorzitter van de sector zorg bij de Nederlandse Vereniging van Banken, schetste in een recente bijdrage in Zorgvisie de grenzen van de marktwerking in de zorg.
Met welke reactie zijn we volgens ons gebaat? Allereerst met een duurzame cruciale ggz. Voor mensen met ernstige psychische problemen moet beschikbaarheid van zorg zwaarder wegen dan concurrentie op productie. Acute zorg, outreachende zorg, klinische zorg, beveiligde zorg en hoogspecialistische zorg moeten duurzaam gegarandeerd zijn.
Daarnaast moet er écht werk worden gemaakt van preventie.
Mentale gezondheid wordt niet alleen bepaald in een behandelkamer. Een veilige woning, voldoende inkomen, betekenisvol werk, goed onderwijs en sociale verbondenheid maken een wezenlijk verschil. Wij willen een kabinetsbrede aanpak – en dat is méér dan de namen van verschillende ministers onder één brief. Wij hebben met allerlei partners al ingezet op een veel betere samenwerking tussen de verschillende domeinen van zorg, sociaal werk, schuldhulpverlening, onderwijs, bedrijfsleven en wat ook maar nodig is. Nu moeten stelsels, regels, beleid en maatregelen daarop worden aangepast.
Preventie is bovendien meer dan een individuele opdracht. Het gaat ook over de omstandigheden waarin mensen opgroeien, leren, wonen en werken. Juist daarom moeten we bereid zijn verder te kijken dan de grenzen van afzonderlijke budgetten en beleidsterreinen.
Het IBO is stevig en vraagt om een stevige kabinetsreactie. Wat ons betreft bevat die ten minste vijf dingen: een duidelijke inhoudelijke koers, een gemotiveerde reactie op de belangrijkste voorstellen, een financieel onderbouwd pakket waarbij in onze ogen het IBO noodzaakt tot het investeringsscenario, heldere verantwoordelijkheden en een uitvoerbare route van besluit naar uitvoering..
Ja, de situatie in de ggz is ernstig en urgent. De ggz moet veranderen – we kunnen en willen dat ook. Professionals, cliënten, naasten, gemeenten, verzekeraars en aanbieders beschikken over veel kennis en ervaring. Maar het veld kan niet in zijn eentje oplossen wat voortkomt uit wetten, financiering en de inrichting van het stelsel.
Daarvoor is politieke regie nodig.
Mijn oproep aan het kabinet is daarom eenvoudig: doe recht aan de ernst van de problemen én aan de kwaliteit van de analyse die er ligt. Maak keuzes. Zorg voor financiële en bestuurlijke duidelijkheid. En bouw samen met de mensen om wie het gaat aan ondersteuning en zorg die toegankelijk, passend en toekomstbestendig is. Want wie de ggz wil verbeteren, moet ook het stelsel durven veranderen.
Dit artikel verscheen 9 september 2026 in een kortere versie bij Zorgvisie.
Geen cliënt is hetzelfde en geen hulpvraag past precies in een protocol. In zijn nieuwe blog stelt directeur Jeroen…

Werken in de ggz is intensief én betekenisvol. Ruth Peetoom over werkgeluk, werkdruk en waarom dit werk ertoe doet.
