Spring naar hoofdinhoud
Naar homepage

‘We moeten anders kijken naar de zorgvraag’

2 juli 2026, Themaspecial: Mentale gezondheid in het sociaal domein

De komende jaren groeit de kloof tussen de vraag naar geestelijke gezondheidszorg en de beschikbare capaciteit. Eén​ ​interventie is het inrichten van regionale mentale gezondheidsnetwerken. Landelijk zijn er 45 netwerken in ontwikkeling. Welke visie ligt hieraan ten grondslag? En welke factoren bepalen het succes? We vragen het Nathalie Beenen en Fred Paling.

Lange wachttijden en personeelstekorten: het is de wrange realiteit in de ggz. De komende jaren wordt dit probleem alleen maar groter. Dat de ggz zo niet door kan, is duidelijk. Vandaar dat het Integraal Zorgakkoord (IZA) onder meer inzet op een beweging naar de voorkant.

“We willen voorkomen dat ​​mensen mentaal zo ontregeld raken dat ze een beroep doen op huisartsenzorg of de ggz”, zegt Nathalie Beenen, programmadirecteur Mentaal Gezond Midden Nederland en voormalig coördinator IZA/AZWA bij de Nederlandse ggz. “En als ze toch psychische klachten krijgen, willen we ze snel naar de juiste hulp toeleiden.”

Mentale gezondheidsnetwerken

Deze gedachte heeft concreet geleid tot de ontwikkeling van 45 regionale mentale gezondheidsnetwerken in heel Nederland. In deze netwerken werken huisartsen, het sociaal domein en de ggz samen om hulpvragen snel en op de juiste plek op te pakken. Elk regionaal mentale gezondheidsnetwerk heeft vier vaste functies: het verkennend gesprek, een transfermechanisme, inzicht in wachttijden en domeinoverstijgend ​​casusoverleg.

Fred Paling is bestuurder van GGZ inGeest en lid van de bestuurlijke commissie van het Landelijk Programma Mentale Gezondheidsnetwerken. Volgens hem ligt de visie achter mentale gezondheidsnetwerken voor de hand. “Steeds meer mensen komen bij de ggz terecht met vragen die feitelijk geen ggz-zorgvraag​ hoeven te ​zijn. We moeten dus anders kijken naar de zorgvraag.”

Onder psychische klachten liggen vaak oorzaken als schulden, huisvestingsproblematiek en eenzaamheid. Fred: “Iemand die vanwege schulden depressief is, heeft misschien meer baat bij schuldhulpverlening dan bij cognitieve gedragstherapie. In andere gevallen kan een wijkteam of een laagdrempelig inlooppunt met ervaringsdeskundigen misschien iets betekenen.”

Fred Paling

Bestuurder GGZ inGeest, lid van de bestuurlijke commissie van het Landelijk Programma Mentale Gezondheidsnetwerken

Ontlasting van de ggz-wachtlijsten

Een cruciaal element binnen de mentale gezondheidsnetwerken is dan ook het verkennend gesprek, waarbij mensen met psychische klachten om tafel gaan met de huisarts, iemand van het sociaal ​​domein, een ggz-professional en een ervaringsdeskundige. Nathalie: “Pilots laten zien dat ongeveer 25 tot 30 procent van de mensen die deelnemen aan een verkennend gesprek niet naar de ggz hoeft en snel andere hulp kan krijgen. Een flinke ontlasting van de ggz-wachtlijsten én goed nieuws voor de betrokken persoon.”

De transformatieplannen van alle regionale netwerken zijn inmiddels goedgekeurd. De netwerken zijn in verschillende fases van ontwikkeling. “Het is nu bouwen en experimenteren”, zegt Nathalie. “Naast de minimaal vereiste vier netwerkfuncties is meer mogelijk. Zo rollen wij in het netwerk in onze regio ook Laagdrempelige Steunpunten/Peer Support, Consultatie en Preventie & Digitale Zelfhulp uit.” De praktijk is wel weerbarstiger dan de theorie. “We doen iets nieuws én de transformatie loopt naast de staande praktijk. Sommige professionals zien beren op de weg, vaak financieel. Maar in regio’s die al wat verder zijn, zoals Brabant en Zuid-Limburg, functioneren de netwerken inmiddels erg goed. Huisartsen, cliënten en ggz-partijen zijn daar heel tevreden over deze werkwijze.”

Nathalie Beenen

Programmadirecteur Mentaal Gezond Midden Nederland, voormalig coördinator IZA/AZWA bij de Nederlandse ggz

Ruimte nodig binnen financiën en spelregels

Deze beweging vraagt met name om comfort van financiers, stelt Nathalie. “Het is belangrijk dat er geld beschikbaar is, zonder dat daar direct harde resultaateisen aan worden gekoppeld. De transformatiegelden stoppen eind 2027 en het vervolg ervan is onzeker. Onduidelijkheid over de vergoeding van investeringen zorgt voor ongemak bij de uitvoerende partijen. Zekerheid op de lange termijn geeft meer vertrouwen.”

Fred beaamt dat ruimte binnen de financiën en spelregels cruciaal is voor het slagen van deze regionale initiatieven. “In de startfase hebben we veel moeite moeten doen om binnen regels en financiële kaders te passen. Het zou fijn zijn als er landelijk meer souplesse in de randvoorwaarden komt. Het is doodzonde zijn als de noodzakelijke innovatie een zachte dood sterft omdat er geen steun is.”

Vol energie ervoor gaan

Niets doen is geen optie, vindt Nathalie. “De ggz wil niet de sector zijn waar je te lang moet wachten op hulp. Huisartsen staan te springen om mensen sneller naar het juiste loket te begeleiden en het sociaal domein heeft veel mooi aanbod voor mensen met psychische klachten. Laten we er in alle regio’s vol energie voor gaan en erin geloven. Maak inzichtelijk waar we per regio tegenaan lopen en breng dat landelijk bij elkaar, zodat we er gezamenlijk ​​iets mee kunnen doen. Daarnaast moeten we de beweging goed monitoren. Als je kunt laten zien dat het effect heeft, ben je ‘los’.”

Fred is het daarmee eens. “We moeten blijven evalueren of mensen inderdaad beter geholpen zijn in het sociaal domein en of de druk op de ggz daadwerkelijk verlicht wordt. Anders verliezen we uit het oog waarom we dit doen en houden we het niet vol.

Als branchevereniging steunt de Nederlandse ggz deze beweging. “We staan voor een maatschappelijke opgave, niet voor het maximaliseren van de ggz-sector”, besluit Fred. “Onnodige ggz-zorg leveren willen we niet. Als we kunnen voorkomen dat mensen een ggz-vraag ontwikkelen of als ze elders beter geholpen zijn, gaan we daarvoor. We zijn er voor de mensen die onze zorg het hardst nodig hebben.”

Meld je aan voor de ggz-community en ontmoet andere ggz-professionals!

Ga naar de community

Lees meer over dit themaspecial

Mentale gezondheid in het sociaal domein