Kathelijne van Dongen
Systeemtherapeut bij Healinq


Factoren als schulden, eenzaamheid of onveilige thuissituaties hebben impact op de mentale veerkracht van mensen. Wie mentale gezondheid wil versterken, moet daarom misschien niet beginnen in de behandelkamer, maar in de wijk. Maar is mentale gezondheid uitsluitend een maatschappelijke opgave?
Kathelijne van Dongen, Marlieke Ridder, Marnix van Westen en Laura Shields‑Zeeman delen hun perspectief.
Eens. Goede geestelijke gezondheidszorg is onmisbaar, maar tegelijk ontstaat mentale gezondheid ook in de relaties waarin we opgroeien en leven. Psychisch lijden staat zelden los van de context. Bij jongeren die worstelen met suïcidaliteit zien we bijvoorbeeld vaak een samenspel van eenzaamheid, prestatiedruk, trauma en het gevoel er niet meer bij te horen.
Preventie en herstel zijn daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gezinnen, scholen, gemeenten én de ggz. De krachtigste beschermende factor is verbinding. We kunnen allemaal iets betekenen door meer naar elkaar om te zien en te bouwen aan een samenleving waarin mensen zich gesteund en verbonden voelen. Er is een dorp voor nodig om kinderen en jongeren veilig en gezond te laten opgroeien.
Systeemtherapeut bij Healinq

Niet per definitie. Organische hersenaandoeningen vragen om een medische benadering. Maar we hebben als maatschappij wel een opgave. Ik denk nu even aan een dakloze en alcohol- en drugsverslaafde patiënt van mij. Ze groeide op zonder de veiligheid van een gezin. Jarenlang onderging ze ggz-behandelingen, zonder resultaat. Samen concludeerden we dat ze in feite vooral eenzaam is en behoefte heeft aan een steunende gemeenschap.
Als je je hart heelt tussen een gezonde groep mensen, volgt de oplossing voor de rest van je problemen vaak ook. Maar: we kunnen zorgvragen pas de maatschappij in schuiven als mensen ook écht tijd maken om naar elkaar om te kijken. Psychisch kwetsbaren bij elkaar in de wijk plaatsen werkt niet, dan duw je mensen weer terug de ellende in.
Straatdokter/huisarts bij stichting Straatzorg Rotterdam

Volledig mee eens. De medische aanpak leidt vaak tot hokjesdenken, maar de uitingen van ggz-problematiek zijn overal in de samenleving merkbaar. Dus is het sociaal domein aan zet, of liever nog: de sociale basis in een wijk. Die is blijvend, terwijl hulpverleners maar passanten zijn in het leven van mensen. Dat sociale netwerk – denk bijvoorbeeld aan buren, betrouwbare kennissen, de kerk – kan psychische problemen misschien helpen voorkomen. Het sociaal domein of de ggz zijn er dan voor problematiek die de sociale basis niet kan opvangen.
Ik pleit wel voor een betere samenwerking tussen alle partijen, we moeten elkaar beter weten te vinden. Laten we vooral niet alleen op ons eigen stukje blijven.
Teammanager De Kleine Schans
Foto door: Marjo Dekker Fotografie

Het is een ‘én-én’-verhaal. Specialistische ggz blijft nodig, want met preventie kun je niet alle ggz-problematiek oplossen. Maar mentale gezondheid wordt niet alleen door individuele omstandigheden bepaald. Ook maatschappelijke factoren spelen een rol en daarmee wordt het ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid, in brede zin. Onze systemen zijn soms complex en ondersteunen mensen niet altijd in hun bestaanszekerheid. In plaats van een individuele oplossing te bieden – mensen uit het water halen die verdrinken – moeten we tegen de stroom in zwemmen om te zien wat er daarvóór al gebeurt.
We moeten meer aandacht besteden aan wat mensen gezond houdt. Dat vraagt om beleid dat mentale gezondheid meeneemt in alle maatschappelijke domeinen. En het vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid van meerdere ministeries.
Afdelingshoofd Mentale Gezondheid en Preventie bij het Trimbos-instituut/Hoogleraar Mentale Volksgezondheid, Universiteit Utrecht

Wil je verder lezen over dit onderwerp? Ga naar de community Mentale gezondheid en preventie. Hier delen we kennis en versterken we elkaar in oplossingen mentale gezondheid.