Jeroen Pepers


Directeur Jeroen Pepers, blog 26 januari, leestijd: 4 minuten
In de geestelijke gezondheidszorg werken we aan de beweging naar de voorkant: ondersteuning voordat een hulpvraag medisch wordt. Maar waar komt die beweging terecht? In de wijk, bij de gemeente, in de samenleving?
In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn hierover afspraken gemaakt. Gemeenten zorgen voor zogeheten ‘basisfunctionaliteiten’: voorzieningen en ondersteuning die lokaal minimaal aanwezig moeten zijn. Ook voor mensen met mentale klachten. Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht is de vraag dan ook: is die basis in jouw gemeente op orde?

Voor veel mensen is de huisarts de eerste halte. Dat is logisch: de deur staat altijd open. Maar hierdoor raakt het zorgsysteem overbelast. Een deel van de mentale klachten hebben namelijk een sociale oorzaak, zoals schulden, werkloosheid, eenzaamheid of problemen met wonen. De ggz is dan niet altijd de beste of enige oplossing. Vroege steun in het eigen netwerk of via laagdrempelige voorzieningen kan veel betekenen. Denk aan inloophuizen, zelfregiecentra, ontmoetingsplekken of betrouwbare online-informatie. Soms helpt een goed gesprek, praktische ondersteuning of contact met anderen al om te voorkomen dat iemand in de medische zorg belandt. Dat is de kern van de beweging naar de voorkant, zoals vastgelegd in de zorgakkoorden IZA en AZWA.
In het AZWA hebben gemeenten toegezegd te investeren in basisfunctionaliteiten. Dat is geen vrijblijvende afspraak. Zonder deze voorziening kan de beweging naar de voorkant niet slagen.
Het gaat bijvoorbeeld om:
Goede voorbeelden zijn er al volop. In Zwolle kunnen jongeren terecht bij Ease voor laagdrempelige ondersteuning, ook bij suïcidale gedachten. Het Enik Recovery College biedt op meerdere plekken in het land herstelgerichte cursussen en ontmoetingen. In Eindhoven zorgen koffiemomenten in de wijk voor verbinding tussen buurtbewoners. Online helpt MIND Us – In je bol honderdduizenden jongeren met informatie en hulp dichtbij huis. En via de MIND Atlas vinden mensen snel ondersteuning in hun eigen omgeving.
Wat deze initiatieven gemeen hebben? Ze zijn toegankelijk, dichtbij en veilig. Vooral jongeren vragen om zorg die aansluit bij hun eigen leefwereld. Met één op de zeven jongeren die gebruikmaakt van jeugdzorg, is de klassieke route via huisarts naar ggz is, niet meer vol te houden.
En geen misverstand: we weten ook wat niet werkt. Een basisvoorziening opzetten vraagt meer dan een locatie en een koffieapparaat. Zonder kennis en aansluiting bij de doelgroep blijft een voorziening leeg. Dan volgt al snel de conclusie bij beleidsmakers: ‘er is geen behoefte’. Dat is een gemiste kans. Wat werkt wel? Dit zijn wat aandachtspunten voor een goede basisvoorziening:
Goede basisvoorzieningen zijn toegankelijk, herkenbaar en ingebed in het lokale netwerk van zorg en welzijn.
Op 18 maart 2026 kiezen inwoners een nieuwe gemeenteraad. Daarmee bepalen zij mede hoe de komende vier jaar wordt geïnvesteerd in mentale gezondheid. Mijn oproep aan gemeenteraden: zet basisfunctionaliteiten bovenaan de agenda! Neem ze expliciet op in collegeakkoorden en uitvoeringsprogramma's. Reserveer middelen en maak regionale afspraken. Alleen met een sterk basis voorkomen we dat problemen doorschuiven, mensen onnodig lijden en de werkdruk en wachtlijsten in de ggz onhoudbaar worden. Kort gezegd: wie echt werk wil maken van mentale gezondheid, begint lokaal. Investeer in de basis.