Naar homepage
Man en vrouw kletsen en lopen door een gang

Werkplezier in de ggz: passie voor passende zorg!

Publicatiedatum

Blog, Stefan de Kort, Dag van het Werkplezier in de zorg, 26 januari 2026

Vandaag is het de Dag van het Werkplezier in de zorg. Een mooi moment voor een feestelijk bericht, maar als we eerlijk zijn vraagt de huidige staat van de ggz om een fundamenteler gesprek. In een sector waar de wachtlijsten lang zijn en het personeelstekort nijpend is, is werkplezier geen 'nice-to-have'. Het is onze belangrijkste strategische prioriteit. Want zonder werkplezier geen behoud van professionals en zonder professionals geen passende zorg.

Portret Stefan de Kort

Foto door: Maan Limburg

Stefan De Kort is sinds 2022 bestuurder bij Altrecht. Hij is daarnaast lid van de Raad van toezicht van Surplus en commissaris bij Brabant Wonen. Eerder werkte hij onder andere als directeur bij GGZ Oost Brabant en Kempenhaeghe.

De essentie: vakmanschap boven vinkjes

Wanneer ik met collega’s in het land spreek, hoor ik vaak hetzelfde: de passie voor de complexe psychiatrie is onverminderd groot, maar de 'systeemwereld' vreet aan de energie. Werkplezier in de ggz zit in de ruimte om naar eigen professioneel inzicht te handelen. Het zit in het vakmanschap.

Bij Altrecht hebben we daarom een duidelijke keuze gemaakt: we willen koploper zijn in het terugdringen van regeldruk. Niet omdat we tegen verantwoording zijn, maar omdat we vóór de zorgprofessional zijn. We zien dat de balans is doorgeslagen. In de systeemwereld waarin we werken, zijn we de professional gaan wantrouwen en hebben dat vertaald in eindeloze vinkjes. Dat moet anders.

Wat we bij Altrecht leren als koploper

Onze strijd tegen de regeldruk is een gevecht voor werkplezier. Wat we in deze reis hebben geleerd – en wat ik graag deel met de branche – zijn drie inzichten:

  1. Vertrouwen als fundament: Werkplezier groeit waar controle stopt. Door professionals actief te betrekken bij het inrichten van hun werkprocessen leggen we de autonomie daar waar die essentieel is voor een gezonde werkcultuur. In het kader van het Preventieplan hebben we ook luistersessies gehouden, om te horen wat er speelt in de organisatie, zowel bij professionals als bij leidinggevenden.
  2. Schrap met moed: Als instelling dwingen we onszelf om kritisch naar elke registratie te kijken. Dient dit de cliënt? Zo nee: stop ermee. Dat vraagt om bestuurlijk lef, want het betekent ook een scherp gesprek met financiers of toezichthouders.
  3. Focus op de complexe puzzel: Werkplezier in de ggz zit juist in de uitdaging. Bij Altrecht merken we dat professionals energie krijgen van moeilijke casuïstiek zowel in ambulante zorg als in onze klinieken. Belangrijk is dan wel dat we met elkaar zorg dragen voor veiligheid en continuïteit om die puzzel samen in je team te leggen. Daar zit dus ook wederkerigheid in: dit is niet alleen een verantwoordelijkheid van de organisatie, maar ook voor het team en iedere individuele medewerker. Het is wel een gezamenlijke zoektocht hoe we dit doen.

Soms betekent het ook, dat we dingen anders doen. Bijvoorbeeld door de inzet van RAE de robot, die ons helpt bij het Reduceren van Administratieve Ellende. Het betekent ook anders organiseren, bijvoorbeeld door te werken met een meer centrale agendaplanning. Dat voelt misschien niet voor iedereen direct als een verhoging van het werkplezier, maar geeft wel ruimte om je te richten op waar je echt voor bent.

Een collectieve opgave voor de Nederlandse ggz

En dat alles doen we in een wereld die in transformatie is, waar we een belangrijke opgave hebben om die cliënten te helpen, die onze zorg echt nodig hebben. Waarbij we werken volgens de principes van passende zorg, waarbij zorg anders moet en wij een antwoord vinden op de wachtlijsten.

Laten we eerlijk zijn: een ‘Dag van het Werkplezier’ lost de personeelstekorten en de administratieve druk niet morgen op. De realiteit op de werkvloer is vaak weerbarstig en we vragen veel van medewerkers. Juist daarom is werkplezier voor ons geen loze kreet, maar een dagelijkse opdracht om de ruimte voor vakmanschap terug te winnen. Niet met symbolische gebaren, maar door kritisch te blijven kijken naar alles wat de ontmoeting tussen medewerkers en de cliënt in de weg staat. Want die ontmoeting, dat is waar het vak om draait. Vandaag, morgen en elke dag daarna.