Spring naar hoofdinhoud
Naar homepage

Psychiatrisering: hoe overbruggen we de verschillen in waardering?

Publicatiedatum:

Week van de Mentale Gezondheid, leestijd: 4 minuten

Tijdens de Week van de Mentale Gezondheid staat het thema Overbruggen centraal. In deze blog verkent hoogleraar Gemma Blok hoe we kijken naar psychisch lijden, welke rol psychiatrische diagnoses daarin spelen en waarom de waardering daarvan sterk uiteenloopt. Een pleidooi voor meer ruimte in de taal waarmee we psychische verschillen en kwetsbaarheid begrijpen.

Mentale gezondheid is een collectieve verantwoordelijkheid. Dat is de kern van wat de Week van de Mentale Gezondheid dit jaar wil uitdragen onder het thema Overbruggen. Mental Health Europe pleit er ondertussen voor om psychische problemen niet te definiëren als een 'ziekte' veroorzaakt door puur biologische factoren, maar vanuit een psychosociale benadering te kijken naar het leven en de sociale omgeving van een persoon. Maar wat betekent dat precies? En wie bepaalt eigenlijk de taal waarin we over psychisch lijden spreken?

Gemma Blok

Van antipsychiatrie naar een groeiende ggz

Die vraag is minder nieuw dan ze lijkt. In de ‘antipsychiatrische’ jaren zeventig lag het zogenaamde medisch model in de psychiatrie al stevig onder vuur. De ggz kwam plotseling in de maatschappelijke spotlights te staan. Kritische psychiaters als Jan Foudraine, R.D. Laing en Thomas Szasz betoogden dat geestesziekten geen medische aandoeningen waren, maar levensproblemen en reacties op maatschappelijke normen.

De doorbraak naar het publieke domein

In zijn bestseller Wie is van hout… (1971) beschreef Foudraine patiënten die vastliepen op religieus gevormde schuldgevoelens over masturbatie of het gevoel niet gehoord te worden. Laing beschreef ‘schizofrene’ meisjes die aanbotsten tegen traditionele gendernormen. Deze mensen moesten niet worden opgesloten en volgestopt met pillen, maar serieus genomen worden. Dagblad Het Vrije Volk schreef in 1973: psychiatrie was van 'onneembaar bastion en taboe' veranderd in 'onderwerp van openbare discussie'.

Opmerkelijk genoeg droeg deze kritiek bij aan de groei van de ggz. Het alternatief voor het verfoeide medische model was immers aantrekkelijk: vrijwillige behandeling met psychotherapie, gericht op emotionele openheid, seksuele emancipatie en zelfontdekking. De nieuwe ggz werd bondgenoot van het zich bevrijdende individu.

Versnelling vanaf de jaren negentig

Vanaf de jaren negentig versnelde die beweging verder. Nieuwe antidepressiva werden gepresenteerd als middelen om 'meer jezelf' te kunnen worden en kansen te pakken. Ze vonden veel gebruikers. Een opvallende ommekeer ten opzichte van de jaren zeventig, toen 'Valium Vrije Vrijdag' een bekende slogan was. Tegenwoordig gaan jaarlijks talloze recepten voor psychofarmaca over de toonbank en zijn de wachtlijsten voor de ggz berucht lang.

De opkomst van psychiatrisering

De Duitse psychiater en filosoof Timo Beeker noemt dit 'psychiatrisering': kennis en praktijken uit de psychiatrie en verwante professies zijn steeds meer levensgebieden gaan vormen. Ondertussen zijn psychiatrische begrippen uit de spreekkamer in het dagelijks leven geslopen, en stevig genesteld in populaire cultuur en taalgebruik.

Invloed van onder en boven

Beeker constateert dat dit proces van psychiatrisering niet alleen van bovenop verliep. Natuurlijk ging er een machtige invloed uit van behandelaren, overheden en de farmaceutische industrie. Tegelijk was er ook vraag van onderaf. Diagnoses als ADHD en autisme bij volwassenen werden actief door burgers zelf bevochten en omarmd.

Erkenning en kritiek naast elkaar

De waardering van de huidige situatie loopt sterk uiteen. Voor veel mensen bieden diagnoses erkenning, zelfcompassie en toegang tot zorg: woorden voor ervaringen die eerder onbegrijpelijk leken. Een diagnose kan het verschil betekenen tussen jarenlang worstelen in stilte en eindelijk begrepen worden. Tegelijk groeit de kritiek op overdiagnostiek, medicalisering van menselijke problemen en de risico's van psychofarmaca. Critici wijzen erop dat diagnosen kunnen bijdragen aan een identiteit die gebouwd is rond beperking in plaats van herstel - en dat de bijbehorende medicatie dat patroon soms eerder versterkt dan doorbreekt. Beide perspectieven verdienen serieuze aandacht, want beide raken aan iets reëels.

Op zoek naar een bredere taal voor psychisch lijden

De Deense psycholoog Svend Brinkmann ziet taal als sleutel uit deze impasse. Psychiatrische taal is waardevol, zegt hij, maar heeft te veel een monopolie positie gekregen. We hebben een grotere variëteit nodig aan languages of suffering: manieren om psychisch lijden te begrijpen en te benoemen.

Nieuwe woorden, ander perspectief

Een alternatieve taal wordt zichtbaar in bewegingen rond neurodiversiteit en ervaringsdeskundigheid. Daarin worden psychische verschillen gezien als variaties binnen de menselijke soort. Termen worden naar voren geschoven zoals ‘masking’: de emotioneel uitputtende taak om te verbergen hoeveel moeite het kost voor mensen met een psychische variatie, om zich aan te passen aan de eisen van de omgeving. En in plaats van ‘laag functionerend’ spreekt men liever van ‘hogere ondersteuningsbehoefte’. Verschuivingen in woordkeuze met een wezenlijk ander vertrekpunt: niet wat er mankeert aan een persoon, maar wat die persoon nodig heeft - en wat de omgeving beter kan doen.

Van individuele zorg naar maatschappelijke opgave

De verschuiving gaat gepaard met een kritisch perspectief op de samenleving: collectieve verantwoordelijkheid betekent niet alleen dat burgers elkaar moeten helpen, maar ook dat overheden aan de slag moeten in het verlagen van prestatiedruk en sociale ongelijkheid - omstandigheden die psychisch lijden voeden. Mijn hoopvolle gedachte is dat we in een overgangsperiode zitten, waarin psychiatrische termen hebben geholpen taboes en stigma’s te doorbreken, maar minder breed nodig worden naarmate emotionele en cognitieve verschillen sociaal meer geaccepteerd raken. Een week als deze biedt de ruimte om te oefenen met een bredere 'taal van het lijden'.

Foto door: Ed van Rijswijk

Prof. dr. Gemma Blok (1970) is cultuurhistorica met een specialisatie in de geschiedenis van psychiatrie, verslavingszorg en roesmiddelengebruik. Zij bekleed de leerstoel Geschiedenis van de Psychiatrie.

Lees meer over de leerstoel

Is extramuralisering te ver gegaan?

Jeroen Pepers over extramuralisering: inclusie werkt alleen met steun die meebeweegt met mensen, herstel en zelfstandig wonen.

Dag van de Verpleging: werken in de ggz draait om echt contact

Op de Dag van de Verpleging delen twee ggz-verpleegkundigen hun verhaal over herstel, contact en werken vanuit aandacht.

Op zoek naar zin en geluk? Wat dacht je van werk – in de ggz!

Werken in de ggz is intensief én betekenisvol. Ruth Peetoom over werkgeluk, werkdruk en waarom dit werk ertoe doet.