Spring naar hoofdinhoud
Naar homepage

In 2025 heeft het Regieteam Mens en Werk zich gericht op het aantrekkelijker maken van werken in de ggz, door het verbeteren van arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en ontwikkelingsperspectieven voor medewerkers in de ggz.

Cao en pensioen

Eén van de grootste successen is de nieuwe Cao ggz. Op 19 maart bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord, waarna in Q2 de uitwerking in teksten volgde. Door de omvang van de wijzigingen kostte dit meer tijd, maar op 13 juni is de cao afgerond. De implementatie bleek complex, vooral door wijzigingen in bestaande regelingen zoals slaapdiensten. Dit vroeg om hernieuwde afstemming. De door de Nederlandse ggz voorgestelde oplossing kreeg draagvlak, waardoor invoering verder kon. 2026 staat in het teken van de volgende cao-ronde.

Ook de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is een belangrijk thema. De Nederlandse ggz heeft actief bijgedragen in de governance van PFZW (het pensioenfonds voor Zorg en Welzijn) om het transitietraject in goede banen te leiden. Het transitieplan van PFZW is op 9 mei ingediend en na aanpassingen eind december goedgekeurd door DNB. Daarmee is invoering per 1 januari 2026 vastgesteld. De financiële positie van het fonds is solide en leidt tot een verantwoorde overgang met een individuele vooruitgang. Overigens worden de effecten op individueel deelnemer-niveau pas na enkele maanden zichtbaar. Voor al ingegane pensioenen bijvoorbeeld kan een nabetaling vanaf april 2026 worden verwacht.

Balans tussen zorgvraag en personeel

In 2025 is ingezet op innovatieve oplossingen voor de personeelstekorten, met nadruk op taakherschikking (het optimaal inzetten van verschillende beroepsgroepen). Dit verliep moeizamer dan gepland, de ontwikkeling van een meerjarig transitieplan liep vertraging op. Wel zijn de eerste stappen gezet met gesprekken met beroepsverenigingen (verpleegkundigen en psychologen) over betere inzet van competenties via taakherschikking. In Q3 volgde literatuuronderzoek naar HR-maatregelen om professionals te behouden voor de cruciale ggz.

Later in het jaar is taakherschikking samengevoegd met de inzet van psychiaters in crisisdiensten en behoud van personeel in cruciale ggz. Voor deze thema’s is een eerste set landelijke maatregelen vastgesteld en gestart met implementatie, op basis van input van leden. Ook is een visie op taakdifferentiatie en skillsgerichte inzet ontwikkeld als basis voor besluitvorming in 2026. De resultaten van een uitvraag onder crisisdienstmanagers zijn besproken. Daarnaast heeft NZa het kostprijsonderzoek beschikbaarheidsbijdrage MVO afgerond en zijn vergoedingen voor specialismen in de ggz gestegen.

Opleiden

In 2025 hebben we een visie op strategisch opleiden in de ggz vastgesteld, met aandacht voor bekostiging van de SPV-opleiding, modulair onderwijs en een innovatieve leerinfrastructuur. Er zijn twee thematafels door VWS ingericht voor vervolgopleidingen binnen en buiten ziekenhuizen. Besluitvorming over de verdeling van 53 miljoen subsidie voor 2026 volgt binnenkort.

Op ons verzoek is de SPV-opleiding toegevoegd aan de subsidieregeling. De middelen voor opleiden buiten ziekenhuizen vanaf 2027 blijven beperkt. Wel is, mede door lobby met V&VN, onze visie op strategisch opleiden opgenomen in beleid, met onder meer focus op modulair opleiden. Er is een voorstel ontwikkeld voor integratie van Youchooz en Zorginspirator. Daarnaast is via lobby ingezet om de instroom van GZ-psychologen te volgen en een verkorte EVC-route te creëren om tegemoet te komen aan de tekorten. Tot slot is een notitie opgesteld over uniforme arbeidsvoorwaarden voor masterpsychologen in opleiding.

Modern werkgeverschap

In 2025 hebben we ingezet op het verminderen van btw-druk bij personeelsschaarste, het versterken van regionaal werkgeverschap en het onderzoeken van goed werkgeverschap. Wisselende resultaten zijn geboekt. De lobby voor btw-vrije in- en uitleen van personeel is geïntensiveerd en ingebracht bij verkiezingsprogramma’s. Drie oplossingsrichtingen zijn verkend maar stuiten op praktische en juridische knelpunten. Bovendien is voortgang afhankelijk van VWS en Europese regelgeving. Daarom is de ambitie voorlopig neerwaarts bijgesteld.

Het onderzoek naar factoren voor goed werkgeverschap en innovatieve arbeidsrelaties is in later in het jaar gestart. Door prioriteit voor cao en AZWA is dit doorgeschoven en blijft vooralsnog in de startfase.

Flexibel personeel

De Nederlandse ggz zet zich in voor betere randvoorwaarden voor flexibel personeel. Sinds het einde het moratorium op de handhaving van de wet DBA (1 januari 2025) staat de inzet van zzp’ers onder druk. Hoewel in 2025 sprake is van een ‘zachte landing’, blijft het risico op naheffingen bestaan. Dit verandert niet met de (gedeeltelijke) verlenging van de zachte landing in 2026, mede door het standpunt van de Belastingdienst dat zzp-inzet in de zorg vaak als schijnzelfstandigheid wordt gezien.

De herhalingsmeting is doorgeschoven naar 2026. Wel nam de Nederlandse ggz deel aan een gezamenlijke lobbybrief, gesteund door vier van de vijf partijen. Het wetsvoorstel VBAR staat zowel bij brancheorganisaties als in de politiek ter discussie. Mogelijk biedt de (initiatief)Zelfstandigenwet van de VVD een alternatief. De inzet blijft gericht op meer duidelijkheid vooraf voor werkgevers en op compensatie van kostenstijgingen.

Optimale arbeidsomstandigheden

In 2025 zijn goede stappen gezet op het gebied van veiligheid, arbeidsmarkt en regeldruk. De voorzitter ondertekende het Zorgmanifest en nam deel aan een vervolgbijeenkomst Seksueel grensoverschrijdende gedrag (SGOG) en seksueel geweld. Samen met stakeholders hebben we bijgedragen aan het Handelingskader ZorgVeilig, met praktische handvatten voor omgaan met agressie en intimidatie, ook rond SGOG. Dit kader verschijnt in 2026. Ook is een e-learning over agressie in de ggz gelanceerd.

Via het O&O-fonds en het programma Feel, Be & Act Safe! wordt gewerkt aan een sociaal veilige werkomgeving. Binnen het MDIEU 2-programma lopen trajecten rond mantelzorg, veiligheid en RI&E.

Het transitieprogramma regeldrukvermindering is gestart bij vier koplopers. Samen met drie zorgverzekeraars, de NZa, VWS en IGJ zijn concrete resultaten geboekt. Bij de vier koplopers zijn eerste verbeterideeën geaccordeerd, variërend van registratievraagstukken tot samenwerking met huisartsen. Verdere uitwerking loopt door in 2026. Daarnaast is de financiering van het O&O-fonds geborgd en de implementatie van het Platform Zorg en Welzijn gestart. Kennisdeling via de community ‘Goed werken in de ggz’ .