Macrocijfers en stelselbeleid
Jeugdwet, jeugdbeleid en jeugd-ggz
Wonen
Kwaliteit en passende zorg
Veiligheid, leefbaarheid, onbegrepen gedrag en Forensische zorg
Arbeidsmartkbeleid, opleidingscapaciteit en arbeidswetgeving
Innovatie, gegevensuitwisseling en digitalisering
Domeinoverstijgende samenwerking
Mentale gezondheid, preventie en verslaving
Duurzaamheid
Innovatie, gegevensuitwisseling en digitalisering
Analyse financiën
Gegevensuitwisseling
Voor gegevensuitwisseling is in 2027 € 59 miljoen beschikbaar (VWS, p.25). Daarnaast wordt € 80 miljoen aan geplande uitgaven uit 2026 en 2027 doorgeschoven naar 2028 en 2029. Gezien de vertraging bij de uitvoering is dat begrijpelijk. Wel is het belangrijk dat de middelen ook bijdragen aan betere datakwaliteit in de ggz. Voor het Landelijk Dekkend Netwerk (LDN) is in 2027 € 64 miljoen beschikbaar (VWS, p.105). Het doel is dat gegevensuitwisseling in de zorg via dit landelijke netwerk gaat plaatsvinden.
Ons standpunt: zorg niet alleen voor geld voor landelijke voorzieningen, maar ook voor de kosten die zorgaanbieders maken om de gegevensuitwisseling in de praktijk in te voeren.
Subsidies
Het budget van ZonMw (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) voor onderzoek in de zorg daalt van € 426 miljoen in 2025 naar € 180 miljoen in 2032 (VWS, p.57). Voor Nictiz (het Nederlandse kennis- en standaardisatie-instituut voor digitale informatie-uitwisseling in de zorg) is in 2027 € 32 miljoen beschikbaar. In 2026 was dit nog een bedrag van € 41 miljoen. Daarnaast is jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar voor MedTech (medische technologie), waaronder virtual reality (VR) en beeldgestuurde therapieën (VWS, p.57). Voor Z-CERT (het expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg) is € 10,4 miljoen beschikbaar, onder meer voor de implementatie van de Cyberbeveiligingswet (VWS, p.107). Dit is een vergelijkbaar bedrag met vorig jaar.
Analyse beleid
European Health Data Space (EHDS)
2027 wordt een belangrijk jaar voor gegevensuitwisseling. De European Health Data Space (EHDS) is de Europese wetgeving voor het uitwisselen en gebruiken van gezondheidsgegevens. In 2027 wordt de Nederlandse invoeringswet behandeld en wordt de Gezondheidsdata-autoriteit (GDA) bij wet opgericht. De GDA krijgt een belangrijke rol bij het beschikbaar stellen van gezondheidsgegevens voor onderzoek en beleid (VWS, p.95). Daarnaast werkt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan een vertaling van de Europese eisen naar de Nederlandse situatie.
Ons advies aan de politiek
- Voorkom twee verschillende systemen voor toestemming
De manier waarop de European Health Data Space (EHDS) wordt uitgewerkt, zorgt ervoor dat er twee verschillende regels komen voor het delen van medische gegevens.
Voor zorg die wordt betaald vanuit de Wlz of Zvw geldt een opt-out: gegevens mogen worden gedeeld, tenzij de patiënt bezwaar maakt. Voor jeugd-ggz en Wmo-hulp geldt een opt-in: gegevens mogen alleen worden gedeeld als de patiënt daarvoor toestemming geeft.
Voor zorgaanbieders die beide soorten zorg bieden, is dit moeilijk uitvoerbaar. Ook kan het voor patiënten onduidelijk zijn welke regels voor hen gelden. De Nederlandse ggz wil daarom één duidelijk en eenduidig systeem voor het delen van medische gegevens. - Geef de ggz een plek aan tafel bij de Gezondheidsdata-autoriteit
De Gezondheidsdata-autoriteit (GDA) gaat bepalen hoe gegevens van zorgaanbieders beschikbaar worden gesteld voor onderzoek en beleid. De Nederlandse ggz wil daarom betrokken zijn bij de inrichting van deze autoriteit en de regels die zij gaat hanteren. - Zorg dat regionale samenwerking ook echt werkt
Regionale samenwerkingsverbanden (RSV's) krijgen een belangrijke rol bij de invoering van het Gezondheidsinformatiestelsel. Niet alle regio's zijn daar al klaar voor en de samenwerking met ggz-aanbieders is nog niet overal goed geregeld. De Nederlandse ggz vraagt daarom om meer landelijke regie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Kort samengevat:
De Nederlandse ggz vraagt om één duidelijk toestemmingssysteem, betrokkenheid bij de Gezondheidsdata-autoriteit en meer landelijke regie op de regionale uitvoering.