Spring naar hoofdinhoud
Naar homepage

Macrocijfers en stelselbeleid

Analyse op financiën

De aangekondigde bezuiniging op de zorguitgaven (de structurele ombuiging op de zorg) van € 7 tot ongeveer € 10 miljard uit het coalitieakkoord is niet van tafel, maar is in 2027 nog beperkt zichtbaar in de begroting. Een belangrijk deel van de besparingen wordt pas vanaf 2028 en in de jaren daarna gerealiseerd. Ook zijn sommige maatregelen tijdens Prinsjesdag verder naar achteren geschoven, zoals de verhoging van het eigen risico. Hierdoor blijven veel aangekondigde bezuinigingen onzeker voor de sector en zijn de gevolgen nog niet volledig zichtbaar in de begroting.

Ggz binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw)

Voor 2027 is € 6.086 miljoen geraamd. Dat is € 152 miljoen meer dan de eerdere raming van € 5.934 miljoen. Dit verschil bestaat uit € 234 miljoen loon- en prijsbijstelling en een neerwaartse bijstelling van € 82 miljoen. Deze laatste post betreft maatregelen rond het eigen risico en de dekking van het AZWA.
Voor het lopende jaar 2026 is er een actualisatie van € 239 miljoen. Daarmee komt de raming voor 2026 uit op € 6.342 miljoen. De loon- en prijsontwikkeling voor latere jaren is opgenomen op de centrale post ‘Nominaal en onverdeeld’ (VWS27 p. 223-224, tabel 94; VWS27 p. 242).

Eigen risico

Voor 2027 wordt uitgegaan van een verplicht eigen risico van € 400 door indexatie. De extra verhoging van € 60 is uitgesteld naar 2028. Het financiële effect hiervan is verdeeld over de verschillende sectoren binnen de Zorgverzekeringswet. Voor de ggz betekent dit dat in 2028–2030 jaarlijks € 68 miljoen minder is geraamd (VWS27 p. 192; VWS27 p. 223-224).

AZWA en transformatie

De begroting reserveert middelen voor AZWA-afspraken tot en met 2035. Het oorspronkelijke doorbraakbudget van € 800 miljoen wordt via een kasschuif (het verschuiven van budget tussen begrotingsjaren) verdeeld over 2027, 2028 en 2029: respectievelijk € 200 miljoen, € 100 miljoen en € 300 miljoen. Daarnaast wordt in 2027 en 2028 jaarlijks € 100 miljoen overgeheveld naar het sociaal domein voor de uitvoering van afspraken buiten de zorg. (VWS27 p. 172, tabel 68).

De aanvullende loon- en prijsbijstelling over de doorbraakmiddelen van € 14 miljoen in zowel 2027 als 2028 wordt niet toegevoegd aan het doorbraakbudget, maar gebruikt voor andere financiële knelpunten binnen de begroting. Het oorspronkelijke doorbraakbudget van € 800 miljoen blijft daarmee in stand.

Via de SPUK AZWA (de specifieke uitkering waarmee gemeenten AZWA-afspraken uitvoeren) is in 2027 € 547 miljoen beschikbaar. Dit geld is bedoeld voor onder meer samenwerking tussen het medisch en sociaal domein en het versterken van de gezonde en sociale basis in gemeenten. Ook worden de IZA-transformatiemiddelen over verschillende jaren verspreid. Volgens VWS blijft het totale beschikbare budget daarbij gelijk (VWS27 p. 174; VWS27 p. 242-244; VWS27 p. 247; VWS27 p. 266).

Ggz en passende zorg

Voor curatieve ggz-subsidies is € 22,9 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 3,7 miljoen bestemd voor AZWA-samenwerking, waaronder eCommunities, en € 1,5 miljoen voor regionale plannen en de gespreksleidraad cruciale ggz.

Zorgbreed is € 16,5 miljoen beschikbaar voor passende zorg en € 6,5 miljoen voor arbitrage en domeinoverstijgende samenwerking. Voor regionale samenwerking en zorgvernieuwing is € 12,6 miljoen beschikbaar, onder meer voor digitale en hybride zorg (VWS27 p. 72-73; VWS27 p. 80).

Vanaf 2029 wordt er bezuinigd op de zorgverzekeringswet voor de toepassing van ‘passende zorg’. Dit leidt tot een besparing oplopend van € 112 miljoen in 2029 naar € 548 miljoen, vanaf 2035 zorgbreed. Het is nog niet bekend wat dit voor de ggz betekent. Wel werkt de Nederlandse ggz in het IZA en AZWA hard aan het verduidelijken, implementeren en opschalen van passende zorg.

Medische preventie

AZWA-afspraak B4 (het specifiek ondersteunen en inzetten op medische preventie om de toekomstige zorgvraag te voorkomen) krijgt in 2027 en 2028 jaarlijks € 45 miljoen startfinanciering. Dit betreft een zorgbreed budget, dus de mate waarin de ggz aanspraak maakt op deze middelen is nog ongewis. Voor structurele voortzetting zijn extra besluitvorming en voldoende bewijs van de effecten nodig (VWS27 p. 244).

Ingeboekte besparingen

Vanaf 2029 staat zorgbreed jaarlijks € 150 miljoen aan besparingen op ongecontracteerde zorg ingeboekt. Voor passende zorg loopt de besparing op van € 112 miljoen in 2029 naar € 548 miljoen vanaf 2035. Deze bedragen zijn nog niet verdeeld over de verschillende sectoren binnen de Zorgverzekeringswet (VWS27 p. 242; VWS27 p. 245; VWS27 p. 252).

Ggz binnen de Wlz

Voor 2027 is € 2.676 miljoen begroot voor zorg die rechtstreeks door zorgaanbieders wordt geleverd en betaald (zorg in natura). De geplande verlaging van de tarieven in de langdurige ggz (de zogeheten Wlz-tariefmaatregel) om meerjarige contracten te stimuleren (€ 13 miljoen) vervalt. Ook is de invoering van het kostenonderzoek naar het aanhouden van eigen vermogen in de Wlz-tarieven uitgesteld tot 2028 (VWS27 p. 265). Beide maatregelen vergroten vanaf 2028 de financiële opgave waarover nieuwe bestuurlijke akkoorden afspraken moeten maken. Het nog af te sluiten bestuurlijke akkoord voor de ggz zet in op passende persoonsgerichte zorg, het verder ontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg en maakt zorg in natura voorliggend op het persoonsgebonden budget (pgb). Voor de ggz betekent dit dat de beschikbare middelen vanaf 2028 jaarlijks met maximaal 2,6% mogen groeien.

Beschermd wonen

Vanaf 2027 verandert de manier waarop gemeenten compensatie ontvangen voor stijgende kosten en een groeiende vraag naar beschermd wonen binnen de Wmo. Sinds vorig jaar wordt deze compensatie al berekend volgens de systematiek van het gemeentefonds, waarbij wordt aangesloten bij de algemene ontwikkeling van dat fonds (het accres). Om deze werkwijze volledig door te voeren, worden de middelen vanaf 2027 opgenomen in het reguliere accres van het gemeentefonds (VWS27 p. 266). In 2027 is € 2.010 miljoen begroot voor beschermd wonen binnen het gemeentefonds (begroting gemeentefonds, p. 13).

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden en onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen de kosten van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden declareren bij het CAK als deze kosten niet of niet volledig op de patiënt kunnen worden verhaalbaar. Voor 2027 is hiervoor € 116,3 miljoen begroot. In dat bedrag is € 2,3 miljoen opgenomen voor zorgkosten van ontheemden uit Oekraïne die via deze regeling worden vergoed.

Vanaf 2028 geldt een besparingsopdracht van € 40 miljoen. Om deze te realiseren werkt het kabinet aan maatregelen, zoals het verminderen van onverzekerdheid en het aanpakken van fraude binnen de regelingen voor onverzekerden (SOV) en onverzekerbare vreemdelingen (OVV). Ook wordt gewerkt aan één nieuwe regeling, waarin de SOV en de OVV worden samengevoegd.

Zorgaanbieders kunnen daarnaast een vergoeding aanvragen bij het CAK voor medisch noodzakelijke zorg aan mensen die niet verzekerd kunnen worden, bijvoorbeeld voor bepaalde groepen vreemdelingen. Voorwaarde is dat de kosten niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Onder de voorwaarden van de Zorgverzekeringswet (artikel 122a) kunnen zorgaanbieders hiervoor een vergoeding uit publieke middelen ontvangen. Voor deze regeling is in 2027 € 81,7 miljoen beschikbaar (VWS p. 79).

Analyse op beleid

Passende zorg en regionale verplichtingen

VWS kondigt voor eind 2027 een samenhangend wetgevingspakket aan. Dit was al bekend binnen de Nederlandse ggz en maakt mede deel uit van de routekaart passende zorgcontractering.

Ons standpunt: De plannen betekenen waarschijnlijk strengere eisen aan richtlijnen en de beoordeling welke zorg wordt vergoed vanuit het basispakket. Daarbij gaan beschikbaarheid van personeel en de verhouding tussen kosten en resultaten zwaarder meewegen. Ook zouden zorgaanbieders verplicht kunnen worden om regionaal samen te werken en zorg te leveren in de avond, nacht en het weekend (ANW-zorg). De druk op deze diensten is binnen de ggz al langer een aandachtspunt. De Nederlandse ggz staat constructief tegenover een dergelijk pakket van maatregelen, maar de precieze uitwerking in wet- en regelgeving moet nog worden uitgewerkt, bij voorkeur samen met de betrokken partijen.

Daarnaast kondigt VWS een hervorming aan van de financiering en organisatie van de ggz, gericht op complexe en cruciale zorg (VWS27 p. 14-15): zorg die niet gemist kan worden en waarvoor specialistische expertise nodig is. Nog onduidelijk is hoe de aangekondigde besparing binnen het beleid voor passende zorg zich verhoudt tot de al lopende maatregelen en nieuwe wetgeving. Ook ontbreekt een specifieke uitwerking voor de ggz.

Ons standpunt: Het kabinet wil passende zorg de norm maken. Dit vraagt veranderingen in richtlijnen, zorginkoop, organisatie en professioneel handelen. In 2027 wordt hierover een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden. Ook hiervoor geldt dat de Nederlandse ggz zich als een constructieve IZA-partner opstelt, maar dat de uitwerking nog moet volgen.

Contractering en zorgplicht

Het kabinet wil de zorgplicht aanscherpen en het optreden van zorgverzekeraars met op elkaar afstemmen. Zorgverzekeraars moeten ervoor zorgen dat voldoende zorg beschikbaar is voor verzekerden. Als de toegang van zorg onder druk staat, moeten verzekeraars aanbieders contracteren om aan die zorgplicht te voldoen.

Daarnaast wil het kabinet de verplichte vergoeding van ongecontracteerde zorg beëindigen, met 2029 als beoogde ingangsdatum. Hierdoor krijgen zorgverzekeraars meer mogelijkheden om te sturen op zorg die door gecontracteerde aanbieders wordt geleverd. In 2027 volgt een wetsvoorstel dat deze sturing verder moet versterken. Ook werkt het kabinet aan geautomatiseerd inzicht in wachtlijsten en beter gebruik van declaratiegegevens, met waarborgen voor privacy (VWS27 p. 15-16; VWS27 p. 245).

Beweging naar de voorkant

Vanaf 2027 worden de AZWA-afspraken D5 en D6 uitgevoerd via de SPUK AZWA. D5 gaat over betere samenwerking tussen huisartsen, andere zorgverleners en gemeenten en over het op orde brengen van de basisvoorzieningen bij gemeenten. D6 gaat over het versterken van de sociale basis in gemeenten, zodat deze voorzieningen en samenwerking goed worden ondersteund. Het gaat daarbij om voorzieningen die overal beschikbaar moeten zijn, zoals lokale teams, inloop- en steunpunten en andere vormen van laagdrempelige ondersteuning. Het doel is dat deze basisvoorzieningen in 2030 in alle gemeenten beschikbaar zijn.

De ggz-routekaart voor passende zorgcontractering moet eraan bijdragen dat specialistische ggz-capaciteit beschikbaar blijft voor mensen met complexe problematiek. Ook wordt de inzet op bemoeizorg en de samenwerking rond wonen, bestaanszekerheid en veiligheid voortgezet (VWS27 p. 8; VWS27 p. 10; VWS27 p. 84).

Digitalisering en administratieve lasten

De landelijke implementatiestrategie voor gegevensuitwisseling wordt uitgevoerd. VWS werkt aan de Wet op het gezondheidsinformatiestelsel (Wet GIS), de uitvoering van de European Health Data Space (EHDS) en de oprichting van een Gezondheidsdata-autoriteit. De doelstelling van maximaal 20% administratietijd in 2030 blijft staan. Daarvoor worden onder meer AI, doorbraakprojecten en uniformere inkoop- en verantwoordingseisen ingezet (V27 p. 23-24; V27 p. 95).

Ons advies aan de politiek

Grijp het IBO ‘Uit Balans’ aan om stevige politieke keuzes te maken

Uit de begroting voor 2027 en verder blijkt dat het kabinet doorgaat met de koers uit het IZA en AZWA, samen met de veldpartijen, waaronder de Nederlandse ggz. De zorg beweegt meer richting gezondheid en preventie: hulp en ondersteuning dicht bij de burger en minder snel medicaliseren. Zo blijft schaarse capaciteit beschikbaar voor de meest complexe ggz, zoals cruciale ggz (HIC/IHT, FACT en zorg voor de EPA-doelgroep).

De Nederlandse ggz steunt deze beweging. Tegelijkertijd laat het IBO ‘Uit Balans’ zien dat oplossingen binnen het huidige stelsel niet voldoende zijn. Daarom verwacht de Nederlandse ggz een stevige kabinetsreactie, met aandacht voor de positie van de ggz en mentale gezondheidsbevordering binnen het stelsel. We zoomen hierbij in op vier specifieke punten:

Borg behandelruimte en toegankelijkheid

Er is meer inzicht nodig in de samenhang tussen het beschikbare budget voor de ggz (het ggz-macrokader), de zorginkoop en de wachttijdopgave. Daarnaast kunnen hogere eigen betalingen leiden tot zorgmijding en gevolgen hebben voor de complexe ggz (VWS27 p. 192; V27 p. 223-224).

De Nederlandse ggz heeft zich altijd verzet tegen hogere eigen bijdragen in de ggz, zowel voor jeugd als volwassenen. Zorgmijding treft niet iedereen even sterk: juist kwetsbare groepen hebben vaak minder financiële draagkracht en kunnen daardoor eerder van zorg afzien.

Maak samenwerking duurzaam betaalbaar

De gemeentelijke middelen ondersteunen de afgesproken beweging. We willen dat de politiek de ontwikkeling naar mentale gezondheidsnetwerken blijft steunen. Consultatie -waarbij professionals elkaar raadplegen- en netwerkcoördinatie moeten hier daadwerkelijk van profiteren. Daarvoor zijn na de tijdelijke impulsen (vanuit IZA/AZWA) structurele financiering en concrete uitvoeringsafspraken met gemeenten en verzekeraars nodig. Het bekostigen van deze zaken moet dus worden geborgd, ook lang nadat deze akkoorden aflopen. De middelen uit het IZA en AZWA, zoals transformatiemiddelen, zijn tijdelijk. Daarom is afgesproken dat ook duurzame financiering wordt geborgd (V27 p. 84; V27 p. 243; V27 p. 266; [1], [3]).

Versterk regie, borg randvoorwaarden

De voorgestelde overheidsregie sluit aan bij de roep om stelselkeuzes. Daarmee wordt een grondige kabinetsreactie op het IBO ‘Uit Balans’ voor de Nederlandse ggz nog belangrijker.

Een wijziging van de vergoeding van ongecontracteerde zorg is volgens de Nederlandse ggz alleen mogelijk onder duidelijke randvoorwaarden, zoals voldoende contracteerruimte. Verzekeraars moeten voldoende keuze in het ggz-aanbod kunnen bieden om aan hun zorgplicht te voldoen. Ook is overgangsrecht nodig. Daarnaast moeten professionele ruimte en samen beslissen worden gewaarborgd.

De Nederlandse ggz is nauw betrokken bij de doorontwikkeling van de Zorgvraagtypering (ZVT). Het kabinet lijkt met een doorontwikkelde ZVT te willen voorsorteren op normering. Dit kan volgens de Nederlandse ggz alleen zorgvuldig als de ZVT eerst aantoonbaar is gevalideerd (V27 p. 14-16; [2]).

En regionaal moet de aanwezigheid van voldoende cruciale ggz worden geborgd. Concreet brengen regio’s, samen met zorgaanbieders en verzekeraars, in kaart of er voldoende cruciale zorg beschikbaar is en of er eventuele blinde vlekken zijn.

Beoordeel het IBO-vervolg als samenhangend pakket

Mentale gezondheid en maatschappelijke oorzaken krijgen aandacht en er zijn middelen voor preventie. De Nederlandse ggz ziet in het IBO ‘Uit Balans’ aanleiding voor een fundamentele discussie over de vraag of het zorgstelsel voldoende aansluit bij ggz en mentale gezondheid.

De Nederlandse ggz verwacht daarom een brede kabinetsreactie, met duidelijke doelen, verantwoordelijkheden en structurele financiering voor mentale gezondheid. Verbind de uitvoeringsagenda over de stelselpunten aan de Staatscommissie Zorg. De begroting is nog geen kabinetsreactie op het IBO; daar kijkt de Nederlandse ggz met belangstelling naar uit (V27 p. 10; V27 p. 37; V27 p. 54-55; V27 p. 101; [2]).