Spring naar hoofdinhoud
Naar homepage

Wonen

Waaronder beschermd wonen en woonbeleid voor doelgroepen

Analyse op financiën

Beschermd wonen

De middelen voor de groei van beschermd wonen en aanpassingen voor loon- en prijsstijgingen blijven gelijk. Vanaf 2027 worden deze middelen alleen op een andere plek opgenomen: bij het gemeentefonds in plaats van op de VWS-begroting. De jaarlijkse aanpassing van het budget voor beschermd wonen verloopt dan via de algemene ontwikkeling van het gemeentefonds (het acres).

De integratie-uitkering Beschermd wonen bedraagt € 2.010 miljoen in 2027 en blijft tot en met 2031 nominaal gelijk (Gemeentefonds, p. 13). Daarnaast is er structureel € 94,9 miljoen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen. Dit bedrag loopt vanaf 2027 via het accres van het gemeentefonds. Daardoor is deze compensatie minder goed zichtbaar in het budget voor Beschermd wonen zelf (Gemeentefonds, p. 8; VWS, p. 179).

Overheveling compensatie voor loon-, prijs- en volumestijgingen beschermd wonen

Vanaf 2027 verandert de manier waarop gemeenten worden gecompenseerd voor loon-, prijs- en volumestijgingen binnen de Wmo voor Beschermd Wonen. Deze compensatie wordt al berekend via het accres, de jaarlijkse ontwikkeling van het gemeentefonds. Vanaf 2027 worden ook de bijbehorende middelen toegevoegd aan het gemeentefonds en lopen zij mee in deze reguliere systematiek.

In 2026 blijft € 3,4 miljoen over van de middelen voor het scheiden van wonen en zorg. Daarnaast blijkt een deel van het gereserveerde budget voor de verwachte groei van Beschermd Wonen niet nodig. Deze middelen worden daarom ingezet voor andere uitgaven binnen de VWS-begroting. Het gaat om € 7,3 miljoen in 2026 en daarna structureel € 0,7 miljoen per jaar.

Ook andere middelen die voor de groei van Beschermd Wonen waren gereserveerd, worden in 2026 ingezet voor andere beleidsdoelen binnen de VWS-begroting. Een deel daarvan gaat bijvoorbeeld naar het programma Informatievoorziening Infectieziektebestrijding. (Groeiraming beschermd wonen 2026, p. 260).

Jeugd

Er is ongeveer € 16 miljoen beschikbaar voor opdrachten en subsidies. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor het verzamelen van gegevens ten behoeve van beleidsinformatie jeugd door het CBS. Hiervoor zijn gegevens nodig over jeugdhulpgebruik, maatschappelijke indicatoren (zoals wonen, onderwijs, werk, middelengebruik, politiecontacten en kindermishandeling) en de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van jeugdzorg. Deze gegevens worden gebruikt voor halfjaarlijkse analyses, de jaarlijkse Jeugdmonitor en de centrale monitor van het jeugdstelsel (VWS, p.113).

Huisvesting aandachtsgroepen

De komende jaren komt er extra geld beschikbaar voor de huisvesting van aandachtsgroepen. In 2027 en 2028 is hiervoor jaarlijks € 25 miljoen beschikbaar. Gemeenten kunnen via de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) maximaal € 9.000 per gerealiseerde onzelfstandige woonruimte ontvangen om het deel van de bouwkosten te dekken dat niet kan worden terugverdiend. De regeling is bedoeld voor aandachtsgroepen zoals dak- en thuisloze mensen, studenten en arbeidsmigranten. Als het budget voor 2027 volledig wordt benut, kan dit naar verwachting bijdragen aan ongeveer 2.700 woningen. Voor de periode 2029 tot en met 2035 komt aanvullend in totaal € 450 miljoen beschikbaar (VRO-begroting, p. 14, 25 en 48).

Voor maatschappelijke opvang is structureel € 385 miljoen beschikbaar. Daarnaast is € 55 miljoen gereserveerd voor het Nationaal Actieplan Dakloosheid (Gemeentefonds, p. 24).

Stimuleringsregeling Flex- en transformatiewoningen (SFT)

De Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) is in 2026 en 2027 uitgebreid. De regeling is bedoeld om sneller woningen te realiseren voor kwetsbare groepen, zoals spoedzoekers, ontheemden en vergunninghouders. Hiervoor komt € 79 miljoen extra beschikbaar, bovenop de bestaande € 100 miljoen. In totaal is daarmee € 179 miljoen beschikbaar.

Gemeenten ontvangen € 20.000 per nieuw gerealiseerde woning. Minimaal 30% van de woningen moet bestemd zijn voor statushouders of ontheemden uit Oekraïne. Als het volledige budget wordt benut, draagt de regeling naar verwachting bij aan ongeveer 2.600 betaalbare woningen (VRO, p. 48).

Analyse op beleid

Vanaf 2027 ondersteunt BZK het ministerie van VRO bij de bedrijfsvoering. VRO heeft een programmabegroting. In de stukken staat dat het kabinet onder coördinatie van BZK de brede aanpak van de problematiek rondom personen met verward en onbegrepen gedrag doorzet. “Samen met JenV, VWS, VRO en SZW geven we invulling aan deze brede aanpak, inclusief wonen en bestaanszekerheid”. Het kabinet focust daarbij op meer (doorstroming van) plekken, gegevensdeling, landelijke regie met uitwerking in een lokale aanpak en op betrouwbare en structurele financiering (p.14, BZK-begroting).

Ons advies aan de politiek

De begroting bevat extra middelen voor de huisvesting van aandachtsgroepen. In 2027 en 2028 is hiervoor jaarlijks € 25 miljoen beschikbaar. Daarmee kunnen naar verwachting ongeveer 2.700 woningen worden gerealiseerd. Vanaf 2029 loopt het beschikbare bedrag verder op.
De Nederlandse ggz vindt het positief dat het kabinet investeert in huisvesting voor aandachtsgroepen. Tegelijkertijd blijft de specifieke woonopgave voor mensen met een psychische kwetsbaarheid onvoldoende zichtbaar. De middelen zijn bedoeld voor een brede groep, waaronder ook dak- en thuisloze mensen, studenten, arbeidsmigranten, statushouders en Oekraïense ontheemden. Het beschikbare budget is onvoldoende om al deze groepen te voorzien van adequate huisvesting, en het is onduidelijk welk deel beschikbaar komt voor mensen binnen de ggz.

De Nederlandse ggz vindt het positief dat het kabinet investeert in huisvesting voor aandachtsgroepen. Tegelijkertijd blijft de specifieke woonopgave voor mensen met een psychische kwetsbaarheid onvoldoende zichtbaar. De middelen zijn bedoeld voor een brede groep, waaronder ook dak- en thuisloze mensen, studenten, arbeidsmigranten, statushouders en Oekraïense ontheemden. Het beschikbare budget is onvoldoende om al deze groepen te voorzien van adequate huisvesting, en het is onduidelijk welk deel beschikbaar komt voor mensen binnen de ggz.

Dat stelt de Nederlandse ggz teleur. We hebben de omvang van deze woonopgave juist concreet laten onderzoeken. Uit onderzoek dat in opdracht van de Nederlandse ggz is uitgevoerd, blijkt dat alleen al voor een goede in- en uitstroom vanuit beschermd wonen, klinische ggz en detentie jaarlijks 7750 nieuwe woningen nodig zijn. Deze cijfers en de urgentie daarvan zijn nadrukkelijk onder de aandacht gebracht. Toch zien we deze onderbouwde woonbehoefte niet terug in de begroting.

Dat is moeilijk te begrijpen. Voor één andere groep, ouderen, maakt het kabinet de woonbehoefte wel concreet met aantallen en middelen. Voor mensen met een psychische kwetsbaarheid ontbreekt zo'n concrete vertaling. De Nederlandse ggz vindt dat ook voor deze groep de aantoonbare woonbehoefte zou moeten worden vertaald naar concrete doelen en voldoende middelen. Daarnaast ontbreekt concrete toezeggingen over het realiseren van specifieke woonvormen, zoals Skaeve Huse.

Ook over de huisvestingsopgave voor jongeren blijft de begroting weinig concreet. Het belang van wonen wordt opnieuw benoemd en ontwikkelingen worden gemonitord. Net als vorig jaar zijn hier echter geen specifieke maatregelen of middelen aan gekoppeld. Ook bij de nazorg voor ex-gedetineerde jongeren wordt huisvesting genoemd, zonder duidelijk te maken hoe voldoende woonplekken worden gerealiseerd.

Daarmee blijft de belangrijkste opgave voor de ggz staan: er zijn investeringen in wonen, maar onvoldoende om te leiden tot voldoende passende woonplekken voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Juist voor herstel, uitstroom uit instellingen en het voorkomen van dakloosheid is dat essentieel.